1

Menu

Google Tag Manager instellen voor beginners: een snelle handleiding

Google Tag Manager lijkt in het begin misschien een doolhof. Trigger, tags, variabelen – help! Gelukkig valt het allemaal best wel mee. In dit blog gebruiken we Google Tag Manager om Google Analytics te installeren.

Als je eenmaal Google Analytics hebt geïnstalleerd, kun je vrij gemakkelijk nieuwe scripts toevoegen. Denk hierbij aan een script om een livechat op de site te plaatsen of de Facebook-pixel te implementeren.

De eerste stappen

Als je begint in Google Tag Manager, maak je eerst een account aan. Vul de accountnaam in (de naam van de site) en het land. Daarna stel je de eerste container in. Je gaat waarschijnlijk één container maken voor jouw eigen website, dus vul de domeinnaam van die site in. Wil je Google Tag Manager gebruiken op een site? Kies dan voor de optie ‘Internet’. Accepteer daarna de serviceovereenkomst en je bent klaar!

Begin met het toevoegen van een account.

Google Tag Manager installeren

Je krijgt twee codes te zien die geïnstalleerd moeten worden. Eén code plak je zo hoog mogelijk in de kop <head> van de pagina. De andere code plak je onmiddellijk na de openingstag <body>.

Gebruik jij WordPress? Installeer dan de plugin Insert Headers and Footers. Plak het eerste script in de header en het tweede deel in de footer. Dit is niet onmiddellijk na de <body>-tag – zoals Google adviseert – maar het werkt wel.

Google Analytics installeren

We gaan nu de eerste tag installeren. Ga naar ‘Tags’ en klik op ‘Nieuw’ om een tag te maken. Geef de tag een naam (bijv. Google Analytics) en klik op Tagconfiguratie. Kies de bovenste optie: Google Analytics – Universal Analytics. Onder Trackingtype staat ‘Paginaweergave’. Dit kun je zo laten staan. Daarna is het belangrijk dat je een variabele voor instellingen selecteert. Bij ‘Google Analytics-instellingen’ open je het dropdownmenu en klik je op ‘Nieuwe variabele’. Vervolgens plak je de tracking-ID van Google Analytics in het scherm. Dit is een UA-code. Je kunt de UA-code van je Google Analytics vinden bij ‘Beheerder’ in Google Analytics. Ga naar ‘Property-instellingen’ (onder Property) in Google Analytics en je ziet de Tracking-ID in beeld. Deze code begint altijd met UA, gevolgd door een streepje, acht cijfers, nog een streepje en dan een getal tussen de 1 en 50. Kopieer deze code en plak deze bij tracking-ID. Klik daarna rechtsboven op ‘Opslaan’.

Installeer Google Analytics via Google Tag Manager.

We moeten nu alleen nog een trigger kiezen om deze tag te activeren. We willen de Google Analytics-code activeren bij iedere paginaweergave. Kies daarom voor de trigger ‘All Pages’. Klik daarna rechtsboven op ‘Opslaan’ en je eerste tag en trigger zijn geactiveerd.

Kies een trigger.

Nu kun je de wijzigingen publiceren door rechtsboven op de blauwe knop ‘Verzenden’ te drukken. Klik daarna op ‘Publiceren’, ‘Doorgaan’ en je bent klaar. Let er wel op dat je de oude Google Analytics-code uit de website haalt, anders worden bezoekers dubbel geteld.

Klik op de blauwe knop om de wijzigingen te verzenden.

Controleer of het werkt

Wil je voor de zekerheid testen of het werkt? Ga in Google Analytics naar ‘Realtime’ en bezoek tegelijkertijd een willekeurige pagina op de desbetreffende website. Als het goed is, zie je pagina’s terugkomen in het rapport.

Conversies bijhouden

Een belangrijke volgende stap is dat je gebeurtenissen op de website gaat bijhouden. Verstuurt een bezoeker een formulier? Klikt iemand op een telefoonnummer of e-mailadres? Deze waardevolle gebeurtenissen worden geregistreerd in Google Analytics. Vervolgens gebruik je deze gebeurtenissen om conversies in te stellen. Zo ontdek je welke kanalen (bijv. e-mail, sociale media of de zoekmachines) de meest interessante bezoekers opleveren.

Hiervoor gaan we weer een nieuwe tag en trigger aanmaken. Maak eerst een trigger aan. Als je een nieuwe trigger maakt, kun je een type trigger kiezen. Als je een formulierverzending wilt bijhouden, kies je de eerste optie onder ‘Betrokkenheid van gebruikers’ en klik je daarna op ‘Opslaan’. De trigger voor alle formulierverzendingen is gemaakt!

Zorg ervoor dat je ook conversies bijhoudt via Google Tag Manager.

Hierna gaan we een nieuwe tag toevoegen. We kiezen weer ‘Google Analytics’ als tagtype, maar bij trackingtype gaan we voor een andere optie. Verander ‘Paginaweergave’ en maak er ‘Gebeurtenis’ van. Je kunt daarna een aantal parameters instellen. Zet onder categorie en actie ‘Formulier’. Bij Google Analytics-instellingen kies je voor de variabele die je al eerder hebt ingesteld.

Vul onder andere de categorie, actie en Analytics-instellingen in.

Knoop daarna de trigger ‘Formulierverzending’ aan deze tag. Vergeet niet deze combinatie te publiceren (rechtsboven ‘Verzenden’). Nu ben je klaar in Google Tag Manager en is het tijd om naar Google Analytics te gaan.

In Google Analytics gaan we een nieuw doel instellen. Log in bij Google Analytics, klik op ‘Beheerder’ en navigeer naar de juiste weergave. Klik in de kolom ‘Weergave’ op Doelen. Daarna kies je ‘+ NIEUW DOEL’.

Bij de eerste stap ‘Doelconfiguratie’ scroll je naar beneden en vink je ‘Aangepast’ aan. Bij de tweede stap geef je jouw doel een naam – bijvoorbeeld ‘Formulier verstuurd’ – en kies je als type ‘Gebeurtenis’.

Bij de derde stap vul je dezelfde gegevens in als in Google Tag Manager, namelijk ‘Formulier’ bij Categorie en ‘Formulier’ bij Actie. De andere twee vakjes laat je leeg. Klik op ‘Opslaan’ en formulierverzendingen worden vanaf nu als doelen bijgehouden in Google Analytics.

Vul dezelfde categorie en actie in Google Analytics in.

Hoe nu verder … ?

Je weet nu hoe je tags en triggers aan elkaar knoopt in Google Tag Manager. Een interessante volgende stap is om klikken op links (bijvoorbeeld telefoonnummers en e-mailadressen) bij te houden. Maak eerst een paar variabelen aan onder ‘Variabelen’. Ga naar ‘Configureren’ en vink onder ‘Klikken’ Click URL en Click Text aan.

Ook klikken op links is wellicht interessant om bij te houden!

Daarna ga je naar ‘Triggers’ en voeg je nieuwe triggers toe. Kies voor de trigger ‘Klik – Alleen links’ en activeer de trigger voor sommige klikken op links. Geef daarna aan dat je de trigger alleen wilt activeren bij een klik op een e-mailadres of telefoonnummer. Dat kan met regels als: Click URL bevat @domeinnaam.nl of Click URL bevat tel:. Koppel deze twee triggers daarna weer aan twee tags, waarbij je weer kiest voor een gebeurtenis (en dus niet voor een paginaweergave).

Voer bijbehorende triggers in voor de nieuwe tags.

Hopelijk snap je hoe Google Tag Manager werkt. Vind je deze handleiding onduidelijk? Of heb je nog andere vragen? Dankzij jouw feedback kunnen we dit artikel nog beter maken, dus laat het even weten. Start een chatgesprek met ons of neem contact met ons op via telefoon of e-mail. Je kunt de online marketeers van Stormachtig ook benaderen als je de implementatie van Google Tag Manager wilt uitbesteden. We pakken het graag voor je op!

Populaire berichten

Heb je een vraag?
Heb je een vraag of heb je hulp nodig? Onze collega Tim Kraaijvanger staat voor je klaar!
Naam(Vereist)
Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Misschien vind je dit ook interessant...

Google Ads campagnes uitbesteden? Dat kan bij ons!
Stormachtig is gespecialiseerd in zoekmachine-adverteren via Google Ads (vroeger AdWords) en Microsoft Bing. Google Ads-beheer ...
De 26 beste (gratis) SEO-tools van 2024
Ga je actief aan de slag met zoekmachineoptimalisatie, dan heb je natuurlijk goed gereedschap nodig. ...
Hoger in Google komen met je website? De 18 allerbeste tips voor 2024!
Je vindt dat je die eerste plek op een bepaalde zoekterm verdient, maar op dit ...

Stel een vraag

Stel je vraag via onderstaande formulier. We proberen je bericht zo snel mogelijk te beantwoorden!

Naam(Vereist)
Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.